|
Inleiding
Op Prinsjesdag wordt de begroting van het kabinet gepresenteerd en geeft het Centraal Planbureau zijn economische voorspellingen aan de openbaarheid prijs. Daarna starten de algemene beschouwingen in de Tweede Kamer. In deze periode van het jaar begint ook de jaarlijkse cyclus over de arbeidsvoorwaarden: de werkgevers en werknemers maken zich op voor het komende cao-seizoen. Rond Prinsjesdag presenteren de meeste vakbonden hun Nota Arbeidsvoorwaardenbeleid, waarin de inzet voor de komende onderhandelingen is gepubliceerd. Ook de werkgeversorganisaties leggen in deze periode hun wensen op tafel. De vakcentrales van de werknemers coördineren het beleid van de afzonderlijke bedrijfstakorganisaties. Hierbij worden de adviezen van de Sociaal Economische Raad (SER) en de aanbevelingen van de Stichting van de Arbeid gebruikt.
Elk najaar speelt de vraag of de sociale partners – al dan niet met de overheid – in de Stichting van de Arbeid een Centraal Akkoord kunnen afsluiten. In dit akkoord kunnen aanbevelingen worden vastgelegd voor de cao-onderhandelingen op decentraal niveau. Het proces van voorbereiden, dat afloopt tegen het einde van het jaar, zal uiteindelijk leiden tot de ‘echte’ cao-onderhandelingen. Deze onderhandelingen vinden voornamelijk in de periode januari-april plaats. De werkgevers- en werknemersorganisaties zijn daarbij autonome partijen, de overheid heeft geen invloed op de uitkomst van de onderhandelingen. De werkgevers en werknemers zullen in de onderhandelingen een verbetering van de positie van de cao-partijen nastreven. Daarnaast speelt het bevorderen van maatschappelijke doeleinden ook een belangrijke rol, zoals het temperen van forse loonsverhogingen in het kader van de werkloosheidsbestrijding.
Eind juni, wanneer de belangrijkste cao’s zijn afgesloten, evalueren de sociale partners de cao-resultaten en wordt een eerste aanzet gegeven voor de inzet voor het volgende cao-seizoen: de cyclus over het arbeidsvoorwaardenbeleid is hiermee rond.
Wat houdt een cao precies in?
Een cao is het totaal van afspraken tussen werkgever(s)organisaties en werknemer(s)organisaties, die voornamelijk of uitsluitend gaan over arbeidsvoorwaarden. De officiële definitie van een cao is te vinden in de Wet op de cao. Een cao kan voor een individuele onderneming worden afgesloten, de ‘ondernemings-cao’, maar ook voor een hele bedrijfstak, de ‘bedrijfstak-cao’. Een organisatie van werkgevers of werknemers kan alleen dan een cao aangaan, wanneer in de statuten van de organisatie deze bevoegdheid met name wordt genoemd. Een cao kan uitsluitend schriftelijk worden aangegaan en beide partijen moeten het stuk ondertekenen.
De werkingssfeer van een ondernemings- en een bedrijfstak-cao kan zich beperken tot een bepaalde groep werknemers binnen de onderneming of de bedrijfstak, bijvoorbeeld tot functiegroepen of functies.
De jaarlijkse cyclus rond het Arbeidsvoorwaardenbeleid*
Maand |
Politiek |
Werknemersorganisaties |
Werkgeversorganisaties
|
juni/juli |
– kabinet start gesprekken begroting |
FNV/CNV/MHP: start voorbeiding nieuwe cao-seizoen |
CVA (VNO/NCW): start voorbereiding nieuwe cao-seizoen |
augustus |
– afronding begroting |
|
|
september |
– Derde Dinsdag kabinet/TK begroting/MEV Algemene Beschouwingen |
– FNV/CNV/MHP: eerste aanzetten AV-nota AV-nota’s sectorale bonden FNV/CNV/MHP: eerste aanzetten AV-nota |
– reactie op begroting – CVA: eerste aanzetten AV-nota |
oktober |
|
concept AV-nota’s – centrales |
– CVA: verdere invulling AV-nota |
okt./nov. |
– behandeling begrotings-hoofdstukken SZW, EZ, Onderwijs – overleg kabinet-STAR |
– najaarsoverleg STAR met eventueel aanbevelingen voor cao-onderhandelaars |
– najaarsoverleg STAR met eventueel aanbevelingen cao-onderhandelaars |
november |
|
– centrales: vaststelling AV-nota’s – ledenvergaderingen vakbonden – vaststelling AV-nota’s vakbonden |
– CVA: vaststelling AV-nota |
jan–mei |
|
onderhandelingen |
onderhandelingen |
maart |
– overleg kabinet/STAR – contouren nieuwe begroting |
– voorjaarsoverleg STAR |
– voorjaarsoverleg STAR |
juni |
|
– FNV: evaluatie cao-seizoen |
– CVA: evaluatie cao-seizoen |
* Bron: Staalkaart 1994/95 cao-cyclus van de Algemene Werkgeversvereniging (AWV).
De overheid heeft geen zeggenschap over wat in een cao geregeld kan worden. Daarover beslissen de sociale partners (werkgevers en werknemers). Een aantal veelal bij cao geregelde onderwerpen zijn: aanstelling en ontslag, lonen en toeslagen, flexibele arbeidsrelaties en deeltijdarbeid, arbeids- en rusttijden, arbeidsduurverkorting, vakantiebijslag en vakantiedagen, functieomschrijvingen, kort verzuim en bijzonder verlof, scholing en werkgelegenheid, vakbondswerk in de onderneming, vervroegde uittreding (vut), arbeidsomstandigheden, terugdringing ziekteverzuim, bovenwettelijke uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid, geschillenregelingen, zorgtaken en werk, en ouderenbeleid.
Verder staan in cao’s vaak afspraken die de wederzijdse rechten en verplichtingen van cao-partijen regelen (de zogenaamde diagonale bepalingen). Ook bevat de cao een bepaling over de werkingssfeer, een bepaling met een definitie van begrippen als ‘werkgever’ en ‘werknemer’ en wordt in een looptijdartikel aangegeven voor welke periode de cao is afgesloten. Een cao kan voor maximaal vijf jaar worden aangegaan.
Aan een bedrijfstak-cao zijn gebonden: de leden van de contracterende werkgeversvereniging(en), voor zover deze werkzaamheden verrichten die vallen binnen de werkingssfeer van de cao, en de in die ondernemingen werkzame leden van de contracterende vakvereniging(en). Ditzelfde geldt voor een ondernemings-cao, maar dan treedt aan werkgeverszijde slechts één werkgever op. Daarnaast moet de georganiseerde werkgever de cao toepassen op de zogenaamde artikel 14 Wet cao-werknemers. Dit zijn werknemers die in dienst zijn van een georganiseerde werkgever, maar die geen lid zijn van een vakbond.
Rechtskracht van cao’s
Wanneer een cao is aangemeld bij en de aanmelding is bevestigd door de Directie Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving (UAW) van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft zij pas rechtskracht. Bovendien kunnen alleen bepalingen van een aangemelde cao algemeen verbindend worden verklaard, waardoor deze voor een hele bedrijfstak gaan gelden. Werkgevers en werknemers en hun organisaties hebben er dus alle belang bij dat iedere afgesloten cao aangemeld wordt.
De aanmelding van iedere afgesloten cao is voor de overheid van minstens zo groot belang. De overheid heeft namelijk de gegevens uit de cao’s nodig om de ontwikkelingen op het gebied van lonen en andere arbeidsvoorwaarden goed te kunnen volgen. Mede op basis van deze informatie bereidt zij beleid voor over zaken als koppeling van lonen en uitkeringen.
De gegevens die de Directie UAW uit de cao’s haalt, komen via rapporten en publicaties ook weer ter beschikking van de sociale partners. Die informatie is belangrijk om de eigen positie te kunnen bepalen.
De aanmelding van een cao
De aanmelding van het sluiten, wijzigen of opzeggen van een cao bij de Directie UAW is verplicht. Deze verplichting vindt zijn grondslag in de Wet op de loonvorming. De cao of de wijziging kan pas in werking treden op de dag volgende op die waarop de ontvangstbevestiging van de cao aan partijen is verzonden. Op dat moment treden ook de rechtsgevolgen in werking die de Wet cao aan een cao verbindt. Overigens kunnen cao-partijen wel bepalen dat hun overeenkomst terugwerkende kracht heeft vanaf de ingangsdatum, dit om een cao-loos tijdperk te voorkomen. De Directie UAW bevestigt de aanmelding aan alle bij de cao betrokken partijen door zo spoedig mogelijk een ‘kennisgeving van ontvangst’ te sturen.
De rol van de overheid
De overheid is verantwoordelijk voor het sociaal-economisch klimaat in ons land. Daarvoor moet zij de ontwikkelingen op het gebied van lonen en andere arbeidsvoorwaarden goed volgen. De afspraken die de sociale partners in cao’s maken over arbeidsvoorwaarden zijn daarbij een belangrijke graadmeter. Door middel van de cao-aanmeldingen blijft de overheid op de hoogte van de afspraken. Op basis van de informatie kan de overheid beleid voorbereiden over de minimumlonen, de koppeling van lonen en uitkeringen en andere onderwerpen van sociaal beleid.
De overheid analyseert de cao-gegevens en trekt er conclusies uit. Die conclusies worden gebruikt bij de beleidsvoorbereiding. De gegevens worden ook gebruikt door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en door het Centraal Planbureau (CPB) in de macro-economische beschouwingen verwerkt. De minister kan de gegevens gebruiken in het overleg met de Tweede Kamer. Op basis van indicatoren die uit de cao-meldingen naar voren komen, kan het initiatief genomen worden om tot (aanpassing van) bepaalde wetgeving te komen of juist niet. De onderzoeksgegevens worden ook gebruikt in het overleg tussen de overheid en de sociale partners op centraal niveau, bijvoorbeeld in de Stichting van de Arbeid, voor onder meer beleidsevaluaties.
De inhoud van de cao is een verantwoordelijkheid van de sociale partners en wordt door de overheid niet gecontroleerd of getoetst. Cao-bepalingen waarvan algemeen verbindend verklaring wordt gevraagd,worden wel getoetst aan de Wet AVV, het recht en aan het AVV-beleid. Reden hiervan is dat een AVV-besluit een daad van materiële wetgeving is en deze wetgeving mag natuurlijk niet in strijd zijn met bijvoorbeeld andere wetten.
Het belang van aanmelding
De cao-bepalingen worden opgenomen in de individuele arbeidsovereenkomsten van georganiseerde werknemers. Daardoor worden bepalingen in een individuele arbeidsovereenkomst die strijdig zijn met de cao nietig. De aan de cao-gebonden werkgevers moeten de cao ook nakomen tegenover hun niet aan de cao-gebonden werknemers (de zogenaamde artikel 14-werknemers). Deze werknemers kunnen zich echter niet zelfstandig op naleving van de cao beroepen. Als de cao niet wordt aangemeld, is er wel een overeenkomst. Deze geldt alleen voor de contracterende partijen. De cao werkt dan bijvoorbeeld niet door naar de individuele arbeidsovereenkomsten.
Als de cao niet is aangemeld, dan is deze, wettelijk gezien, niet geldig. Als er conflicten tussen een werkgever of werknemer zijn ontstaan, kunnen zij zich dus niet op deze cao beroepen.
Voor een bedrijfstak-cao geldt dat alleen een aangemelde cao algemeen verbindend verklaard kan worden. Door AVV gelden de algemeen verbindend verklaarde cao-bepalingen voor elke werkgever en werknemer die onder de werkingssfeer valt van de desbetreffende cao. Dit kan met name voor werkgevers met het oog op concurrentie van belang zijn.
De resultaten van de door de Directie UAW ingestelde onderzoeken naar de ontwikkeling in en de aspecten van cao’s, worden aan de sociale partners ter beschikking gesteld. In deze onderzoeken worden ook ondernemings-cao’s betrokken. De onderzoeken geven een totaalbeeld van een bepaalde ontwikkeling of van een specifiek onderwerp, maar geven ook inzicht in de wijze waarop andere bedrijfstakken of ondernemingen arbeidsvoorwaarden hebben geregeld. Deze informatie kan van belang zijn voor het bepalen van de eigen positie.
De wijze van aanmelding
Per 1 januari 1999 is het Besluit aanmelding van collectieve arbeidsovereenkomsten en het aanvragen van algemeen verbindend verklaring in werking getreden. In dit besluit zijn de procedurele voorschriften gepubliceerd over de wijze waarop cao’s aangemeld moeten worden (Stcrt. 1998, nr. 240).
In een schriftelijke mededeling moet worden vermeld of de cao is afgesloten, gewijzigd of opgezegd, door welke partijen en voor welke periode. Ook moet worden aangegeven het aantal werknemers dat onder de werkingssfeer van de cao valt, met inbegrip van de werknemers als bedoeld in artikel 14 van de Wet cao. Dit zijn de werknemers in dienst bij een werkgever die gebonden is aan de cao die niet lid zijn van de werknemersorganisatie partij bij die cao. De aanmelding moet zijn ondertekend door of namens de cao-partijen.
In het besluit is bepaald wanneer de letterlijke tekst van de integrale cao dan wel alleen van de wijzigingen, met inbegrip van alle daarbij behorende bijlagen, bij de aanmelding moet worden gevoegd. Verder dient een inhoudelijke toelichting te worden meegezonden op de belangrijkste wijzigingen in de cao. Indien de wijzigingen slechts van redactionele aard zijn volstaat vermelding daarvan. Met ingang van 1 januari 2002 moet bij iedere cao-aanmelding de digitale tekst van de integrale cao inclusief alle statuten en reglementen bijgevoegd worden. Ten slotte moet een overzicht worden gegeven van de geschatte loonkosten van de cao, tenzij een schatting niet mogelijk is door gebrek aan kennis van de loonkosten. Met ingang van 2 september 2004 is het Besluit aanmelding van collectieve arbeidsovereenkomsten en het aanvragen van algemeen verbindend verklaring gewijzigd in die zin dat het met ingang van die datum ook mogelijk is voor cao-partijen om de cao digitaal aan te melden bij UAW.
Opzegging
Bij een mededeling van een opzegging kan worden volstaan met een schriftelijke mededeling ondertekend door of namens partijen bij de cao. Een aanvullende tekst en toelichting zijn dan niet nodig.
Overgang van de oude naar een nieuwe cao
Aan het eind van de looptijd van een cao kunnen zich verschillende situaties voordoen. De cao kan van rechtswege of door opzegging worden beëindigd. Ook kan de cao, al dan niet stilzwijgend, verlengd worden. In het algemeen wordt ervan uitgegaan dat bepalingen na afloop van de cao doorlopen. Dit wordt ook wel aangeduid als ’nawerking’.
Algemeen verbindendverklaring van cao’s
De minister van SZW kan op basis van de Wet AVV bepalingen van een bedrijfstak-cao opleggen aan alle werkgevers en werknemers die onder de werkingssfeer van de cao vallen of komen te vallen, de algemeen verbindend verklaring.
Centrale doelstelling van het algemeen verbindend verklaren is de bescherming van de cao en de bevordering van het collectief overleg. Door algemeen verbindend verklaring worden gelijke arbeidsvoorwaarden aan alle werknemers in een bedrijfstak toegekend. Daardoor worden de aan de cao gebonden werkgevers en werknemers beschermd tegen loonconcurrentie van derden of buitenstaanders en tegen degene die zich door opzegging van hun lidmaatschap van een organisatie willen onttrekken aan de cao. Zo wordt de arbeidsrust binnen de bedrijfstak bevorderd en kan de regelgeving door de overheid beperkt blijven.
Het algemeen verbindend verklaren kan niet met terugwerkende kracht. Het AVV-besluit waarbij cao-bepalingen algemeen verbindend worden verklaard, wordt in de Staatscourant gepubliceerd. Het besluit treedt in werking twee dagen na publicatie in de Staatscourant dan wel op de in het besluit genoemde datum. In het besluit is ook bepaald tot en met welke datum het besluit is verbindend verklaard. De maximale duur van een AVV-besluit is twee jaar, met uitzondering van bepalingen van fondsen. Een AVV-besluit met betrekking tot fondsen kan voor een maximale looptijd van vijf jaar gelden. Het besluit loopt in ieder geval nooit langer dan de einddatum van de cao.
Als het AVV-besluit in werking is getreden zijn de niet aan de cao gebonden werkgevers en werknemers ook aan de algemeen verbindend verklaarde cao-bepalingen gebonden. Als dit pas enige tijd na de ingangsdatum van de cao gebeurt, hoeven ongeorganiseerde werkgevers tot dat tijdstip de cao-bepalingen niet toe te passen. Dit ligt natuurlijk anders als in de individuele arbeidsovereenkomst van de werknemer is bepaald dat de cao van toepassing is op zijn arbeidsverhouding. Het is daarom van belang een verzoek tot AVV gelijktijdig of kort na de aanmelding van de cao bij de Directie UAW in te dienen. De cao-bepalingen gelden immers voor de gehele bedrijfstak indien deze algemeen verbindend zijn verklaard.
Tegen een genomen AVV-besluit is geen beroep mogelijk op grond van de Algemene wet bestuursrecht. Naleving van algemeen verbindend verklaarde cao bepalingen kan uiteindelijk alleen via de civiele rechter worden afgedwongen.
De wijze van vragen van AVV
In het besluit Aanmelding van cao’s en het aanvragen van AVV zijn ook hiervoor de procedurele voorschriften opgenomen. Een verzoek tot het algemeen verbindend verklaren moet ook schriftelijk worden ingediend en ondertekend zijn door of namens een of meer werkgevers of een of meer verenigingen van werkgevers of werknemers die partij zijn bij de cao. Het verzoek moet tevens vermelden van welke cao-bepalingen en voor welke periode AVV wordt gevraagd. Indien van toepassing kan worden aangegeven wie van de AVV moet worden uitgezonderd. In het besluit is ook bepaald welke bijlagen bij het verzoek moeten worden gevoegd.
Met ingang van 1 januari 2007 is het Besluit aanmelding van collectieve arbeidsovereenkomsten en het aanvragen van algemeen verbindend verklaring gewijzigd met betrekking tot het onderdeel dat betrekking heeft op algemeen verbindend verklaring. Met ingang van 1 januari 2007 moeten de brongegevens met betrekking tot de representativiteit, die onderdeel uitmaken van het AVV-verzoek, door de indieners van het AVV-verzoek bewaard worden om deze te kunnen gebruiken voor een onderzoek door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid naar de kwaliteit van deze gegevens. Deze gegevens worden desgevraagd beschikbaar gesteld.
Verder is hier van belang het Toetsingskader Algemeen Verbindend Verklaring van cao-bepalingen (AVV) (Stcrt. 1998, nr. 240). In dit toetsingskader zijn de beleidsregels gepubliceerd die van toepassing zijn bij verzoeken tot AVV. Met de publicatie van dit toetsingskader wordt beoogd zowel aan onderhandelingspartijen bij cao’s als aan derden bekendheid te geven aan de criteria waaraan de verzoeken tot AVV worden beoordeeld en de daarna geldende procedure.
Belangrijke meerderheid
De cao-bepalingen waarvan AVV wordt gevraagd moeten reeds gelden voor een naar het oordeel van Minister belangrijke meerderheid van de in de bedrijfstak werkzame personen. De representativiteit wordt als volgt berekend: Het aantal werknemers in dienst van werkgevers gebonden door de cao, die – naar de aard van hun functie respectievelijk werkzaamheden - binnen de werkingssfeer van de cao valt, uitgedrukt in een percentage van het totaal aantal werknemers die binnen de werkingssfeer van de cao zouden vallen. Uitgangspunt is dat een meerderheid van 60% van de werknemers of meer in ieder geval als belangrijk wordt beschouwd. Een meerderheid tussen 55% en 60% wordt nog als een belangrijke meerderheid beschouwd tenzij binnen het werkingssfeergebied het draagvlak voor de cao gering is of er een zeer scheve verdeling van de meerderheid bestaat. Bij een meerderheid beneden de 55% vindt AVV niet plaats, tenzij er naar het oordeel van de Minister sprake is van bijzondere omstandigheden. Indien er twijfel bestaat ten aanzien van de representativiteit kan cao-partijen om een accountantsverklaring worden verlangd over de juistheid van de verstrekte cijfers en de betrouwbaarheid van de gekozen bron.
Bedenkingenprocedure
Indien het verzoek tot AVV voldoet aan de in het besluit genoemde vereisten wordt het verzoek gepubliceerd in de Staatscourant. Daarbij wordt een termijn bepaald (in beginsel drie weken) waarbinnen bedenkingen tegen het verzoek kunnen worden ingebracht.
Bedenkingen worden aan cao-partijen voorgelegd met het verzoek om een reactie. De bedenkingen, de reactie van cao-partijen en het voorgenomen besluit van de Minister worden vervolgens voorgelegd aan de Stichting van de Arbeid. Het overleg met de Stichting blijft in twee gevallen achterwege. Ten eerste indien de bedenkingen een herhaling zijn van al eerder ingebrachte bedenkingen. En ten tweede indien de bedenkingen evident kansloos zijn.
Als bedenkingen worden niet meer beschouwd verzoeken van een of meer ondernemingen om van een AVV-besluit te worden uitgezonderd in verband met een eigen rechtsgeldige ondernemings- of subsector-cao. Deze verzoeken worden sinds eind 2004 apart behandeld als een verzoek om dispensatie, waarop apart in de vorm van een beschikking wordt besloten. Dergelijke ondernemingen worden door middel van een aparte beschikking gedispenseerd van het betreffende AVV-besluit. Dispensatie wordt automatisch verleend voor de opvolgende AVV-besluiten, zonder dat voor iedere AVV-periode opnieuw dispensatie gevraagd moet worden. Voorts zullen bepalingen tegen AVV in verband met het hebben van een eigen cao, ingediend buiten de periode van ter visie legging, met ingang van 1 oktober 2001, beschouwd worden als bedenkingen tegen het volgende AVV-verzoek. Na ommekomst van de reactie van de Stichting kan de Minister overgaan tot besluitvorming.
Met ingang van 1 januari 2007 is in het besluit aanmelding van collectieve arbeidsovereenkomsten en het aanvragen van algemeen verbindend verklaring bepaald dat een verzoek om dispensatie van algemeen verbindend te verklaren bepalingen van cao’s wordt ingediend gedurende de periode dat tevens de toepasselijke werkingssfeerbepalingen ter visie liggen. Een dispensatieverzoek kan uitsluitend worden gehonoreerd als daaraan een rechtsgeldige cao ten grondslag ligt. Het dispensatieverzoek wordt gedaan aan de hand van een daarvoor bestemd formulier dispensatie van AVV dat volledig moet zijn ingevuld. Een verzoek om dispensatie dat buiten de periode van tervisielegging wordt gedaan, wordt niet gehonoreerd. Dispensatieverzoeken worden dus niet meer beschouwd als bedenkingen tegen het volgende AVV-verzoek.
Inhoudelijke toetsing van verzoeken tot AVV
De Directie UAW toetst namens de Minister van SZW het verzoek tot AVV van de cao-bepalingen en de eventueel daartegen ingebrachte bedenkingen aan de Wet AVV, het recht en het AVV-beleid zoals verwoord in het gepubliceerde Toetsingskader AVV. Bij de toetsing is een criterium dat de cao-bepalingen primair verband moeten houden met arbeid. Het AVV-besluit dat daarna wordt genomen, wordt in de Staatscourant gepubliceerd. Het besluit wordt met redenen omkleed indien tegen het verzoek bedenkingen zijn ingebracht. De Staatscourant publiceert de definitieve teksten van de AVV-besluiten.
|